uiterste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ui·ter·ste

Bijvoeglijk naamwoord

uiterste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van uiterst
enkelvoud meervoud
naamwoord uiterste uitersten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

uiterste

  1. datgene wat (tot) het verste gaat
    Hij ging tot het uiterste en won op het nippertje.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen