twijg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: twijg (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /tʋɛɪ̯χ/
- (Vlaanderen, Brabant): /tβ̞ɛːx/
- (Limburg): /twɛɪ̯x/
Woordafbreking
- twijg
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | twijg | twijgen |
| verkleinwoord | twijgje | twijgjes |
Zelfstandig naamwoord
- een dun buigzaam takje van een boom of struik.
- Manden kunnen ook van twijgen gevlochten worden.
Vertalingen
1. een dun buigzaam takje van een boom of struik
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.