tweeling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: tweeling (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland) /ˈtʋelɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg) /ˈtʋelɪŋ/
Woordafbreking
- twee·ling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tweeling | tweelingen |
| verkleinwoord | tweelingetje | tweelingetjes |
Zelfstandig naamwoord
tweeling m
- twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn.
- Tweelingen hebben al vaak meegewerkt aan wetenschappelijk onderzoek, waarvoor zij door hun bijzondere achtergrond van grote betekenis zijn.
Vertalingen
1. twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.