trumeau

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tru·meau
enkelvoud meervoud
naamwoord trumeau trumeaus
verkleinwoord trumeautje trumeautjes

Zelfstandig naamwoord

trumeau m

  1. (bouwkunde) een middenpilaar of middenpijler in een brede deurpartij
    Een trumeau is vaak bij het portaal van een kerk of kathedraal aan te treffen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen