tombe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tom·be
enkelvoud meervoud
naamwoord tombe tomben
tombes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tombe v/m

  1. (bouwkunde) een bouwwerk dat bedoeld is een dode te huisvesten
    Hij bezocht de tombe van Napoleon in Parijs.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen