toetsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toet·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| toetsen |
toetste |
getoetst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
toetsen
- (overgankelijk) bepalen van vaardigheden van iemand door middel van een test of onderzoek
- Leerlingen worden getoetst op basis van landelijk geldende normen.
Zelfstandig naamwoord
toetsen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toets