toetsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toet·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toetsen
toetste
getoetst
zwak -t volledig

Werkwoord

toetsen

  1. (overgankelijk) bepalen van vaardigheden van iemand door middel van een test of onderzoek
    Leerlingen worden getoetst op basis van landelijk geldende normen.

Zelfstandig naamwoord

toetsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toets
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen