steven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·ven
enkelvoud meervoud
naamwoord steven stevens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

steven m

  1. (scheepvaart) voor- of achterstuk van een schip; de ~ wenden een andere koers inslaan.
  2. (scheepvaart) langsscheeps constructiedeel, dat een voortzetting vormt van de kielbalk.

Werkwoord

vervoeging van
stijven

steven

  1. meervoud verleden tijd van stijven
    Wij steven.
    Jullie steven.
    Zij steven.
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stevenen

steven

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevenen
    Ik steven.
  2. gebiedende wijs van stevenen
    Steven!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevenen
    Steven je?