steven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ste·ven
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | steven | stevens |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
steven m
- (scheepvaart) voor- of achterstuk van een schip; de ~ wenden een andere koers inslaan.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stijven |
steven
- meervoud verleden tijd van stijven
- Wij steven.
- Jullie steven.
- Zij steven.
- Wij steven.
Verwante begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stevenen |
steven