staatsburgerschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staats·bur·ger·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staatsburgerschap staatsburgerschappen
verkleinwoord staatsburgerschapje staatsburgerschapjes

Zelfstandig naamwoord

staatsburgerschap o

  1. de hoedanigheid van het staatsburger zijn
    Er werd hem staatsburgerschap aangeboden.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen