spruw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • spruw
enkelvoud meervoud
naamwoord spruw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spruw v/m

  1. (medisch) een door een infectie met de gist Candida albicans veroorzaakte hardnekkige witte uitslag op de lippen, de tong en het mondslijmvlies
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen