sportief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spor·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sportief sportiever sportiefst
verbogen sportieve sportievere sportiefste

Bijvoeglijk naamwoord

sportief

  1. een ruime plaats inruimend voor het bedrijven van sport
    Hij is altijd sportief geweest.
  2. bereid een tegenstander fair te behandelen
    Dat is geen sportief gedrag!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen