spectrum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spec·trum
enkelvoud meervoud
naamwoord spectrum spectra
spectrums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spectrum o

  1. (natuurkunde) verzameling als functie van de frequentie gemeten waarden van een grootheid
    Het Raman-spectrum vertoont pieken die met de trillingwijzen van het molecuul verband houden.
  2. kleurenband.
    De regenboog is een spectrum ontstaan door breking van zonlicht.
  3. reeks van verscheidenheden
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen