schransen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schran·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schransen |
schranste |
geschranst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
schransen
- (inergatief) met graagte eten
- Er werd flink geschranst toen zij de hutspot op tafel gezet had.