schransen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schran·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schransen
schranste
geschranst
zwak -t volledig

Werkwoord

schransen

  1. (inergatief) met graagte eten
    Er werd flink geschranst toen zij de hutspot op tafel gezet had.
Synoniemen