vreten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vreten | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
vreten o
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vreten |
vrat |
gevreten |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
vreten
- (overgankelijk) (informeel) (van personen) het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
- Zit toch niet zo asociaal te vreten!
- (overgankelijk) (van dieren) eten
- (overgankelijk) in grote hoeveelheid gebruiken
- deze motorfiets vreet kettingen
- (onovergankelijk) een aanhoudend toenemende en pijnlijke lichamelijke of psychische gewaarwording veroorzaken
Verwante begrippen
Hyponiemen
- aanvreten, afvreten, doorvreten, haasvreten, hartenvreten, invreten, kaalvreten, opvreten, overvreten, uitvreten, voortvreten, wegvreten
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- vraat, vreetbui, vreetchinees, vreetfestijn, vreetijzer, vreetpartij, vreetschuur, vreetster, vreetwolf, vreetzak
Vertalingen
1. het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
Verwijzingen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel ver- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 5 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Onovergankelijk werkwoord in het Nederlands