vreten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van ver-eten, afgeleid van eten met het voorvoegsel ver- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord vreten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vreten o

  1. voer voor dieren
  2. (informeel) voedsel


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vreten
vrat
gevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

vreten

  1. (overgankelijk) (informeel) (van personen) het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze
    Zit toch niet zo asociaal te vreten!
  2. (overgankelijk) (van dieren) eten
  3. (overgankelijk) in grote hoeveelheid gebruiken
    deze motorfiets vreet kettingen
  4. (onovergankelijk) een aanhoudend toenemende en pijnlijke lichamelijke of psychische gewaarwording veroorzaken
    dit blijft aan mij vreten
    bet. 1 bet. 2 Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ....)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl