schavuit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scha·vuit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schavuit | schavuiten |
| verkleinwoord | schavuitje | schavuitjes |
Zelfstandig naamwoord
schavuit m
- een persoon die kwaad bedrijft