relnicht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rel·nicht
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | relnicht | relnichten |
| verkleinwoord | relnichtje | relnichtjes |
Zelfstandig naamwoord
relnicht m
- (pejoratief) iemand die verzot is op rellen en drama's
- Pim Fortuyn wordt door sommigen als een relnicht gezien.
Vertalingen
1.