rel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rel
Woordherkomst en -opbouw
- [1]: Pas in Nieuwnederlands, mogelijk van Middelnederlands rallen: luid praten, rammelen.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rel | rellen |
| verkleinwoord | relletje | relletjes |
Zelfstandig naamwoord
rel m
- een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
- Na de geruchtmakende arrestatie van die bekende leider kwam het tot relletjes.
- een ondiepe gegraven geul in de duinen waarin zich kwelwater kan verzamelen
- Deze rel is ideaal voor salamanders, kikkers en padden, maar ook vogels komen er graag.
Synoniemen
- [2] duinrel
Vertalingen
1. een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rellen |
rel