refereerden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- re·fe·reer·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| refereren |
refereerden
- meervoud verleden tijd van refereren
- Wij refereerden.
- Jullie refereerden.
- Zij refereerden.
- Wij refereerden.