refereerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·fe·reer·den

Werkwoord

vervoeging van
refereren

refereerden

  1. meervoud verleden tijd van refereren
    Wij refereerden.
    Jullie refereerden.
    Zij refereerden.