refereren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·fe·re·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
refereren
refereerde
gerefereerd
zwak -d volledig

Werkwoord

refereren

  1. (overgankelijk) ~ aan: verwijzen naar
    Refererend aan mijn eerdere schrijven...
    Hij opende de bijeenkomst met te refereren aan de gebeurtenissen van enkele dagen tevoren.
  2. (wederkerend) zich ~ aan: zich neerleggen bij een besluit
    De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Schrijfwijzen
  • 'refereren naar' is een contaminatie van 'refereren aan' en 'verwijzen naar'.
Vertalingen