postuleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pos·tu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| postuleren |
postuleerde |
gepostuleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
postuleren
- (overgankelijk) zonder bewijs aannemen
- Hij postuleerde de stelling van de leraar.
- (onovergankelijk) (religie) een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen