ponen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·nen

Zelfstandig naamwoord

ponen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord poon


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
poner

ponen

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van poner