politiehond
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- po·li·tie·hond
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | politiehond | politiehonden |
| verkleinwoord | politiehondje | politiehondjes |
Zelfstandig naamwoord
- een hond die door de politie wordt gebruikt voor het uitvoeren van politietaken
- De politiehond beet de inbreker in zijn been.