pipetteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·pet·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pipetteren
pipetteerde
gepipetteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

pipetteren

  1. (overgankelijk), (scheikunde) met een pipet vloeistof overbrengen
    Kan je in die flesjes 25 milliliter demiwater pipetteren?
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen