wablief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- wa·blief
Woordherkomst en -opbouw
Tussenwerpsel
wablief
- (verkorting) uiting van onbegrip of verbazing: vraag om opheldering, (letterlijk:) vraag naar iemands wens
- Heer Bommel laat zijn arm zakken en zet grote ogen op.
'W-Wablief?' vraagt hij ongelovig.[2]
- Heer Bommel laat zijn arm zakken en zet grote ogen op.
- (spottend) uiting van verontwaardiging
- "Wablief? Jij denkt dat iedereen meedeed aan dat groepswerk?!..."[3]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwijzingen
- ↑ watblief in het Woordenboek der Nederlandsche Taal.
- ↑ Uitgeest, Wil (2005). Tussen verwondering en verbijstering: kunst, wetenschap en innerlijke vrijheid, p. 69. Uitg.: Christofoor, ISBN 9789060382639. Citaat oorspronkelijk uit een verhaal van Marten Toonder.
- ↑ Tistaert, G.; S. Janssens, F. Laevers, M. Kog en M. Pex (1995). Praktijkopleiding van aanstaande leraren, p. 305. Uitg.: Garant, ISBN 9789053504048.