paffen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- paf·fen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| paffen |
pafte |
gepaft |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
paffen
- (inergatief) tabak roken
- Ik heb nooit van paffen gehouden.
- (inergatief) schieten
- De soldaten in de hinderlaag paften er plotseling op los.