optie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord optie opties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

optie v

  1. een van de keuzes die gemaakt kan worden
    Aftreden is voor hem geen optie.
    Het contract heeft een looptijd van vier jaar met een optie voor verlenging van twee jaar.
  2. (economie) een contract dat de houder het recht geeft een bepaald goed te kopen of te verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs
    Het bedrijf heeft een optie genomen op het terrein.
    De bestuursvoorzitter heeft opties uitgeoefend.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen