optie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | optie | opties |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
optie v
- een van de keuzes die gemaakt kan worden
- Aftreden is voor hem geen optie.
- Het contract heeft een looptijd van vier jaar met een optie voor verlenging van twee jaar.
- (economie) een contract dat de houder het recht geeft een bepaald goed te kopen of te verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs
- Het bedrijf heeft een optie genomen op het terrein.
- De bestuursvoorzitter heeft opties uitgeoefend.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.