ontzetting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·zet·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van ontzetten met het achtervoegsel -ing.
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ontzetting | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
ontzetting v
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | ontzetting | ontzettingen |
| verkleinwoord | - | - |
- grote mate van schrik
- De ontzetting stond op zijn gezicht af te lezen.
- (juridisch) volgens artikel 31 van het Belgisch Strafwetboek, een rechterlijke beslissing die aan de veroordeelde het recht ontneemt bepaalde burgerlijke en/of politieke ambten uit te oefenen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.