ontucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·tucht
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tucht met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord ontucht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ontucht v/m

  1. seks die tegen de heersende moraal ingaat
    Er is gisteren een 34-jarige man opgepakt wegens het plegen van ontucht.
Uitdrukkingen en gezegden
  • ontucht plegen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen