ontketenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ke·te·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontketenen
ontketende
ontketend
zwak -d volledig

Werkwoord

ontketenen

  1. (overgankelijk) een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
    Zijn oproep ontketent een rel.
    De supermarktketen ontketende een nieuwe prijzenoorlog.
    De chipsfabrikant ontketende met de flippo's een ongekende rage.