ontketenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·ke·te·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontketenen |
ontketende |
ontketend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ontketenen
- (overgankelijk) een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
- Zijn oproep ontketent een rel.
- De supermarktketen ontketende een nieuwe prijzenoorlog.
- De chipsfabrikant ontketende met de flippo's een ongekende rage.