ontgrendelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·gren·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontgrendelen
ontgrendelde
ontgrendeld
zwak -d volledig

Werkwoord

ontgrendelen

  1. (overgankelijk) een vergrendeling verwijderen
    Hij ontgrendelde de deur en opende de cel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen