ontgrendelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·gren·de·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontgrendelen |
ontgrendelde |
ontgrendeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ontgrendelen
- (overgankelijk) een vergrendeling verwijderen
- Hij ontgrendelde de deur en opende de cel.