ontdekten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ont·dek·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ontdekken |
ontdekten
- meervoud verleden tijd van ontdekken
- Wij ontdekten.
- Jullie ontdekten.
- Zij ontdekten.
- Wij ontdekten.
| vervoeging van |
|---|
| ontdekken |
ontdekten