omdijkte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • om·dijk·te

Werkwoord

vervoeging van
omdijken

omdijkte

  1. enkelvoud verleden tijd van omdijken
    Ik omdijkte.
    Jij omdijkte.
    Hij, zij, het omdijkte.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen