neutraliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • neu·tra·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
neutraliseren
neutraliseerde
geneutraliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

neutraliseren

  1. werking of invloed tenietdoen van, opheffen
  2. (scheikunde) een zure of basische reactie stoppen door het toevoegen van een hoeveelheid base resp. zuur
Verwante begrippen
Vertalingen