namens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·mens
Woordherkomst en -opbouw
  • van genitief van naam

Voorzetsel

namens

  1. iemand in naam vertegenwoordigend
    Hij werd door de dominee namens de gehele gemeente bedankt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen