minuscuul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·nus·cuul
stellend
onverbogen minuscuul
verbogen minuscule

Bijvoeglijk naamwoord

minuscuul

  1. zeer klein
    Het membraan laat alleen minuscule deeltjes door.
    Ze droeg een bikini met een minuscuul bovenstukje.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen