minst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /mɪnst/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /mɪnst/
Woordafbreking
- minst
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | minst |
| verbogen | minste |
Onbepaald hoofdtelwoord
minst
- overtreffende trap van weinig: het geringst in aantal of hoeveelheid
Noors
Woordafbreking
- minst
Bijvoeglijk naamwoord
- onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van liten
Bijwoord
minst
- overtreffende trap van lite
Nynorsk
Woordafbreking
- mindst
Bijvoeglijk naamwoord
- onbepaalde vorm van de overtreffende trap van liten
Bijwoord
minst
- overtreffende trap van lite
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Onbepaald hoofdtelwoord in het Nederlands
- Woorden in het Noors
- Bijvoeglijk-naamwoordsvorm in het Noors
- Bijwoord in het Noors
- Bijwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Bijvoeglijk-naamwoordsvorm in het Nynorsk
- Bijwoord in het Nynorsk
- Bijwoordsvorm in het Nynorsk