minnares

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·na·res
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord minnares minnaressen
verkleinwoord minnaresje minnaresjes

Zelfstandig naamwoord

minnares v

  1. vrouw waarmee men een amoureuze vehouding heeft
    Zijn minnares kreeg het nieuws pas later te horen.