monthly

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van month met het achtervoegsel -ly.
enkelvoud meervoud
monthly monthlies

Zelfstandig naamwoord

monthly

  1. maandblad, maandschrift, een maandelijks tijdschrift
    «He reads one of the travel monthlies
    Hij leest een van de reismaandbladen.
  2. (medisch), (informeel), (eufemisme) menstruatie, ongesteldheid
Synoniemen
stellend vergrotend overtreffend
monthly more monthly most monthly

Bijvoeglijk naamwoord

monthly

  1. maandelijks
    «The regional manager visits the office on a monthly basis.»
    De regiomanager bezoekt het kantoor op een maandelijkse basis.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • a monthly newsletter
een maandelijks tijdschrift

Bijwoord

monthly

  1. maand-, maandelijks
    «Most of us get paid monthly
    De meesten van ons krijgen maandelijks betaald.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Frase

pay monthly

  1. maandelijks betalen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen