loos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -loos

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loos
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen loos lozer loost
verbogen loze lozere looste

Bijvoeglijk naamwoord

loos

  1. (van vruchten) leeg
    Een goed kastanjeras geeft weinig loze noten.
  2. schijnbaar, niet werkelijk
  3. vals, voor de schijn
  4. ondeugend, aardig
    Des winters als het regent / dan zijn de paadjes diep, ja diep. / Dan komt dat loze vissertje / vissen al in dat riet, ja riet. / ...
Uitdrukkingen en gezegden

[2] loos alarm

  • vals alarm, alarm met een klaarblijkelijke oorzaak, maar zonder echte reden

[3] loze beloften

  • valse beloften, beloften die men niet van plan is na te komen

Werkwoord

vervoeging van
lozen

loos

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lozen
    Ik loos.
  2. gebiedende wijs van lozen
    Loos!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lozen
    Loos je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen