loos
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /los/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /los/
Woordafbreking
- loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | loos | lozer | loost |
| verbogen | loze | lozere | looste |
Bijvoeglijk naamwoord
loos
- (van vruchten) leeg
- Een goed kastanjeras geeft weinig loze noten.
- schijnbaar, niet werkelijk
- vals, voor de schijn
- ondeugend, aardig
- Des winters als het regent / dan zijn de paadjes diep, ja diep. / Dan komt dat loze vissertje / vissen al in dat riet, ja riet. / ...
Uitdrukkingen en gezegden
[2] loos alarm
- vals alarm, alarm met een klaarblijkelijke oorzaak, maar zonder echte reden
[3] loze beloften
- valse beloften, beloften die men niet van plan is na te komen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lozen |
loos