lichamelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- li·cha·me·lijk
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | lichamelijk |
| verbogen | lichamelijke |
Bijvoeglijk naamwoord
lichamelijk
- met betrekking tot het lichaam
- Hij had lichamelijk letsel opgelopen.
Uitdrukkingen en gezegden
Geestelijk en lichamelijk.
- Met betrekking tot de geest en het lichaam.