legen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| legen |
leegde |
geleegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
legen
- (overgankelijk) van zijn vulling ontdoen
- Heb je de afvalbak al geleegd?