laugh

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to laugh
he/she/it laughs
verleden tijd laughed
voltooid
deelwoord
laughed
onvoltooid
deelwoord
laughing
gebiedende wijs laugh

Werkwoord

laugh

  1. lachen
  2. uitlachen
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
  1. laughter
Uitdrukkingen en gezegden
  • to laugh at
    • lachen om
  • to laugh off
    • een probleem niet serieus nemen
  • to laugh down
    • iemand iets doen stoppen door hun bestoppelijk uit te lachen
  • to die laughing
    • hard en lang lachen
  • to burst out laughing
    • plotseling lachen
  • (figuurlijk) don't make me laugh
    • laat me niet lachen
  • he who laughs last, laughs longest
    • wie het laatst lacht, lacht het best
  • to be no laughing matter
    • een onderwerp waar mensen geen grappen over maken