kronkelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kron·kel·en
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kronkelen |
kronkelde |
gekronkeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kronkelen
- (ergatief) in veel bochten ergens heen lopen of bewegen
- Het bergpad kronkelt naar boven.
- (inergatief) heen en weer zich in bochten wringen
- Er werd heftig gekronkeld en gefoeterd, maar los kwamen ze niet.
- (wederkerend) zich ~: kronkelend zijn weg gaan
- De weg kronkelde zich langs de rivier.
Synoniemen
Verwante begrippen
kronkelen
Uitdrukkingen en gezegden
- kronkelen als een aal
- kronkelen als een paling
- kronkelen als een slang
Vertalingen
1. in veel bochten lopen of bewegen