knok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • knok

Werkwoord

vervoeging van
knokken

knok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
    Ik knok.
  2. gebiedende wijs van knokken
    Knok!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knokken
    Knok je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen