klip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klip
enkelvoud meervoud
naamwoord klip klippen
verkleinwoord klipje klipjes

Zelfstandig naamwoord

klip v/m

  1. (aardrijkskunde), (scheepvaart) een althans tijdelijk uit zee oprijzende rots
    Hij liet het schip gelukkig niet op de klippen lopen.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een blinde klip
een rots die net onder de waterspiegel blijft en daardoor onzichtbaar en des te gevaarlijker is


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord klip klippe

Zelfstandig naamwoord

klip

  1. steen, rotsblok
    «Ten minste 30 betogers in Jordanië is beseer toe hulle met klippe bestook is.»
    Ten minste 30 betogers liepen verwondingen op toen zij met stenen bekogeld werden.