klieven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klie·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klieven
/ˈklivə(n)/
kliefde
arch. kloof
/ˈklivdə/
/ˈklof/
gekliefd
arch. gekloven
/ɣəˈklift/
/ɣəˈklovə(n)/
zwak -d

klasse 2

volledig

Werkwoord

klieven

  1. (overgankelijk) langs een scherp breukvlak in tweeën hakken
    Ik moet nog wat brandhout klieven.
Vertalingen