kietelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kie·te·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kietelen |
kietelde |
gekieteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kietelen
- (overgankelijk) het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
- De kleine hersenen reageren fel op de onverwachte impulsen, wanneer iemand gekieteld wordt.
- kietelend aanvoelen
- Mijn dikke teen kietelt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.