kietelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kie·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kietelen
kietelde
gekieteld
zwak -d volledig

Werkwoord

kietelen

  1. (overgankelijk) het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
    De kleine hersenen reageren fel op de onverwachte impulsen, wanneer iemand gekieteld wordt.
  2. kietelend aanvoelen
    Mijn dikke teen kietelt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie