justitie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jus·ti·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | justitie | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
justitie v
- (regering) de macht waar binnen een staat de rechtspraak aan toegewezen is
- Dit is duidelijk een zaak voor justitie.