justitie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jus·ti·tie
enkelvoud meervoud
naamwoord justitie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

justitie v

  1. (regering) de macht waar binnen een staat de rechtspraak aan toegewezen is
    Dit is duidelijk een zaak voor justitie.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen