interesse
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·te·res·se
Woordherkomst en -opbouw
- >Latijn interesse
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | interesse | interesses interessen |
| verkleinwoord | – | – |
Zelfstandig naamwoord
interesse v
- belang
- Het is alsmede niet juist, te zeggen, dat het leenen van andere roerende zaken tegen interessen geene leneng, maar eigenlijke huur zijn;[1]
- belangstelling
- iets waar belangstelling voor is
Verwante begrippen
Vertalingen
1. belang
2. belangstelling
3. iets waar belangstelling voor is
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ blz 199 Het Nederlandsch burgerlijk regt: naar de volgorde van het burgerlijk wetboek
door Gerhardus Diephuis
Editie: 2 Uigegeven door J.B. Wolters, 1859