integriteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·te·gri·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord integriteit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

integriteit v

  1. onschendbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid
    Iemands integriteit in twijfel trekken.
  2. betrouwbaarheid van gegevens in het kader van informatiebeveiliging
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen