infinitief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fi·ni·tief
enkelvoud meervoud
naamwoord infinitief infinitieven
verkleinwoord infinitiefje infinitiefjes

Zelfstandig naamwoord

infinitief m

  1. het hele werkwoord
    Hij wist niet dat de infinitief hetzelfde was als het hele werkwoord.
Synoniemen
Vertalingen